Recept van de week – Sushi van Bloemkool

Sushi van Bloemkool

[divider marginbottom=”0″ margintop=”10″]

Ingrediënten:

[divider marginbottom=”0″ margintop=”20″]

  • 300 gram bloemkool tot rijst vermalen
  • 1/2-1 theelepel johannesbroodpitmeel (zoek even de juiste dikte)
  • maximaal 50 ml water
  • kokosolie, of ander geschikt bakvet
  • 2 eetlepels rijstwijnazijn, of witte wijnazijn
  • Overige Sushi ingrediënten

 

[divider marginbottom=”0″ margintop=”10″]

Bereidingswijze:

[divider marginbottom=”0″ margintop=”20″]

Dit recept is de basis voor de diverse soorten sushi.

  1. Snijd de rauwe bloemkool in stukken en verwijder het blad. Maal 300 gram in een keukenmachine tot rijstkorrels.
  2. Roer het johannesbroodpitmeel door het water en laat wat dikker worden. Zoek even naar de juiste dikte, het moet nog zo vloeibaar dat je het makkelijk door de bloemkool kan scheppen.
  3. Wok ondertussen de rauwe bloemkool rijst in wat vet, geen zout toevoegen, de sojasaus is ook al zout. Blijf de bloemkool rijst omscheppen met een houten spatel terwijl je de rijstazijn toevoegt. Bak in totaal gedurende 2-4 minuten gaar maar zeker niet te papperig. Op die manier blijft er een beetje een bite in zitten. Zet dan de hittebron uit.
  4. Verdeel het bindmiddel over de rijst en meng het dan grondig door de sushirijst, tot je merkt dat de rijst een beetje gaat plakken. Blijf scheppen om de rijst meer te laten uitdampen en afkoelen. Bewaar de afgekoelde sushirijst in een plastic zakje tot gebruik in de koelkast. Ik reken hier 3 uur voor in de bereidingstijd.

 

Vervolgens kan je de Sushi gaan maken met behulp van de volgende stappen.

  1. Snijd de groenten en vis in fijne rechte repen.
  2. Zorg voor voldoende schoon werkvlak en schone handen of draag handschoenen.
  3. Zet de ingrediënten zoals bloemkool rijst, groenten, surimi, mayonaise en sesamzaad klaar (rauwe vis doe je pas op het laatst, laat die nog even in de koelkast staan).
  4. Ook een bakje schoon water en een natte handdoek zijn handig om bij de hand te hebben.
  5. Bekleed een sushimatje met huishoudfolie.
  6. Leg het matje voor je op een plat werkvlak, met de stokjes horizontaal.
  7. Leg een heel vel nori, voor een grote rol of een halve voor een kleine rol op het matje met de gladde kant naar onder.
  8. Leg een laagje bloemkool rijst op het nori vel. Voor de hosomaki/futomaki laat je aan de onderkant een halve cm en aan de bovenkant 2 cm van het nori vel vrij. Maak de laag rijst niet te dik maar wel aansluitend. Schep met een lepel een rand rijst op het vel en strijk dan met de bolle kant de bloemkool  rijst gelijkmatig uit en maak de randen vol en recht. Druk niet té hard, anders scheurt je nori.
  9. De vulling leg je op een rij ongeveer op een derde van je rijst iets uit het midden. Verdeel 1 tot 4 bij elkaar passende ingrediënten over de breedte van de rijstmassa. TIP: Elke sushi bevat in elk geval iets met een bite zoals sesamzaadjes, rauwe komkommer, paprika, ui of wortel. Laat de vulling zo nodig aan de zijkanten uitsteken, die snij je er later dan vanaf als je wilt.
  10. Voor een uramaki bedek je een half vel helemaal met een laag rijst, bestrooi met wat sesam en keer dan de hele plak voorzichtig om. De nori ligt nu dus boven, daarop komt nu de vulling, zoals eerder beschreven.
  11. Met behulp van je matje rol je nu de plak op. Eerst 1 slag dicht, tot de onderste rand van het nori vel over de rol sluit. Houd bij die 1e slag ondertussen met je vingers de vulling een beetje op z’n plaats. Rol dan onder lichte druk het matje helemaal door tot de bovenrand (die 2 cm) vastplakt aan de inmiddels een beetje vochtig geworden rol, gebruik eventueel een natte vinger als het niet vanzelf plakt.
  12. Maak het sushimatje voorzichtig los en plaats het matje  los over de rol en druk dan nog even stevig maar voorzichtig aan, pas op voor scheuren.
  13. Als je ze niet direct snijdt en serveert: inpakken in huishoudfolie en in de koelkast bewaren.

Mocht de omschrijving niet duidelijk zijn staan er gelukkig genoeg filmpjes op Youtube waarbij te zien is hoe je de sushi oprolt.

 

Menno van den Burg